dbtrains.com | de website | contact | zoeken | faq | sitemap |
 
 

BR 03.0-1


De verblijfplaats van alle BR 03 locomotieven aan het einde van de tweede wereldoorlog is niet exact bekend. Maar er bevonden zich 149 locomotieven in de westelijke zones, 86 in de Sovjet zone en 1 locomotief in Oostenrijk. De 03 174 was al in 1939 uit dienst genomen, en begin '45 de 03 217 wegens oorlogsschade. De resterende 60 locomotieven stonden grotendeels in Polen, en enige andere exemplaren in de voormalige Sovjet Unie. Ongeveer 40 locomotieven werden door de Poolse spoorwegen de PKP als serie Pm 2 in dienst genomen.

Nadat vijf schade locomotieven uit dienst waren genomen en in 1950 de locomotief 03 113 uit Oostenrijk terugkeerde bestond het bestand BR 03 locomotieven bij de DB uit 145 exemplaren. De DB verwijderde de grote windleibladen en verving deze door "Witte" windleibladen. De luchtpomp werd verplaatst naar het midden van de locomotief (vanaf de locomotieven 03 123-298 was dit reeds al het geval bij de aflevering aan de DRG in tijdperk II).

In de begintijd van de DB waren de locs BR 03 gestationeerd in de Bw’s Hamburg-Altona, Köln Deutzerfeld, Osnabrück Hbf (meer dan 20 locs), Bremen Hbf, Hannover Hbf, Köln Bbf, Ludwigshafen, Rheine en Wiesbaden. De locomotieven die in Osnabrück waren gestationeerd liepen in de lange omlopen Hamburg-Altona-Köln (478 km) of Hamburg-Altona-Düsseldorf (421 km), deze diensten werden vanaf 1957/58 door locomotieven van de serie 01.10 gereden. In 1957 werden er ook in het Bw Saarbrücken locomotieven van de serie 03 gestationeerd, en in 1958 ook weer in Braunschweig en in 1959 in Mönchengladbach. Daarvoor werden in 1959 de diensten van deze locomotieven beëindigd in Köln Bbf, in 1960/61 bij het Bw Hannover Hbf, Ludwigshafen en Osnabrück Hbf.

Als eerste DB loc werd in september 1959 de door een ongeval beschadigde locomotief 03 048 buiten dienst gesteld, vervolgens volgde nog een aantal exemplaren. In oktober 1963 bestond het bestand BR 03 locomotieven bij de DB uit 134 exemplaren. Intussen waren 12 stuks naar het Bw Ulm overgebracht die daar de S 3/6 locomotieven verdrongen. Door verdergaande elektrificering en inzet van meer diesellocomotieven en dieseltreinstellen lieten deze de BR 03 in 1966 verdwijnen uit Köln Deutzerfeld, in Rheine werden de locomotieven afgelost door locomotieven BR 01 met nieuwe ketels. Vanaf juni 1967 werden de locomotieven BR 03 niet meer onderworpen aan grote revisies en onderzoeken. En in 1968 liet de DB maar 40 locomotieven omnummeren naar de serie 003. In Osnabrück verdween in september 1968 de BR 03, door de elektrificering van de verbinding Hamburg-Osnabrück werden in Osnabrück alleen nog maar oliegestookten BR 01.10 locomotieven en V 200 diesellocomotieven gestationeerd.

Wegens een tekort aan locomotieven moest het Bw Hamburg-Altona nog in 1969 teruggrijpen op kolengestookten locomotieven. Maar ook hier speelde de 003 maar een nauwelijks benoemenswaardige rol in het treinverkeer. Langzaam aan verdwenen de locomotieven 003 uit de diensten, alleen nog stoptreinen en eilzüge werden door de locomotieven gereden. Het Bw Ulm zette in de winter 1970/71 nog 6 locomotieven 003 in voor stoptreinen op de lijnen Ulm-Friedrichshafen, Ulm-Crailsheim-Lauda-Wertheim/Würzburg, Crailsheim-Backnang en Crailsheim-Heilbronn.

In de zomer van 1971 waren er nog vier locomotieven 003 in dienst, de 003 088, 131, 268 en de 276. Deze waren werkzaam in de diensten naar Friedrichshafen en Schelklingen, als wel in de sneltrein D 599 van Friedrichshafen naar Lindau.

De laatste stoomlocomotief serie 003, de 003 088 werd in december 1972 uit dienst genomen.

Drijfwerk: 2'C1'h2
Indienststelling: 1930-1938
Diameter drijfwielen: 200 cm
Lengte over de buffers
(met tender 2'2'T32):
23,905 meter
Maximumsnelheid: 130 km/h
Vermogen: 1.980 pk/hp
Keteldruk: 16 bar
Verdampingsoppervlak: 201,96 m2
Cilinder diameter: 570 mm
Gewicht (zonder tender): 99,6 t,
100,3 t (vanaf 03 123)